Juf Sylvia
 
(Advertentie)
(Advertentie)

 De grote vraag

Jullie gaan mythen en legenden van over de hele wereld ontdekken. Je bestudeert de vertellingen van landen of je  duikt dieper in een bepaald historisch tijdvak.

 

Bij Geschiedenis leer je...

→ over de tijd van Grieken en Romeinen (tijdvak 2).

→ ons te verdiepen in culturen/beschavingen die beroemd zijn om hun mythen en legenden.

→ over traditionele Nederlandse legenden.

→ hoe we dagelijks onbewust mythologische goden gebruiken.

→ over de legende van de Chinese dierenriem.

→ hoe uitvindingen de wijze van verhalen vertellen verandert.

 

Bij Kunstzinnige vorming leren we...

→ hoe kunstenaars via schilderijen en op andere manieren mythen en legenden uitbeelden.

→ over de kunst van het Oude Egypte.

→ hoe we van figuren uit mythen en legenden stripsuperhelden maken.

→ hoe we een kunstwerk kunnen maken om een door ons geschreven verhaal uit te beelden.

 

Bij Muziek leren we...

→ over muziek die door mythen en legenden is geïnspireerd .

→ onze mening te geven over muziekstukken.

→ een muziekstuk ter begeleiding van een mythe of legende te componeren.

 

Bij Mens en Maatschappij leren we...

→ over tradities en feesten die beïnvloed zijn door mythen en legenden.

→ hoe het gedrag van beïnvloed kan worden door de morele boodschappen in verhalen.

→ hoe wereldmerken mythen en legenden gebruiken.

 

Bij Internationaal leren we...

→ in welke opzichten verhalen van over de hele wereld gelijk zijn en waarin ze verschillen.

→ hoe mythen en legenden grote delen van de wereld hebben beïnvloed

Mythen

Het woord ‘mythe’ komt van het Griekse woord ‘mythos’, dat verhaal, fabel of woord betekent. Mythen behandelen thema’s als schepping, dood, een leven na het aardse leven en de kosmos. Ze bieden verklaringen voor belangrijke en complexe vraagstukken. In deze verhalen figureren vaak denkbeeldige figuren, goden en bovennatuurlijke wezens.

 

Legenden

Het woord ‘legende’ komt van het Latijnse ‘legere’ – lezen. Het verschil met een mythe is dat in een legende echt bestaande personen, locaties en gebeurtenissen voorkomen. De verhalen zijn echter aangedikt of er zijn stukken aan toegevoegd; daardoor is het moeilijk uit te maken welke delen van het verhaal feitelijk zijn en welke fictief.

 

Verhalen uit verschillende culturen behandelen vaak gelijksoortige thema’s (verlies, verraad, verlossing, liefde). De personages ondergaan overeenkomstige beproevingen en rampspoed, waarbij de gebeurtenissen elkaar vaak opvolgen op een reis – zowel fysiek als emotioneel.

 

Sommige mythen maken nog altijd deel uit van levende godsdiensten, zoals het shintoïsme en het hindoeïsme. Andere mythen behoorden tot oude en niet meer bestaande culturen, zoals die van het Oude Egypte, Griekenland en Rome.

 

Bijna alle culturen en beschavingen in het verleden kenden wel een mythologie in de een of andere vorm. Deze werd gewoonlijk van generatie op generatie overgedragen door verhalenvertellers.

 

 Kalender en maanden

De eerste Egyptische kalender (ruim 4000 v Chr.) gebruikt net zoals onze Gregoriaanse kalender de rotatie om de zon om een jaar aan te geven (365¼ dag per jaar). Het voordeel van deze telling is dat de seizoenen hierdoor ieder jaar op gelijke datum vallen. Dankzij het romeinse rijk volgen wij in Europa de Romeinse maanden. Deze kalender met 10 maanden per jaar, is volgens de legende ontwikkeld door de mythische koning van Rome “Romulus”.

De eerste maanden werden vernoemd naar een god; Martius (maart), een oorlogsgod, Aprilis (april), onbekende god, Maius (mei), plaatselijke godin, en Iunius (juni), godin. De resterende maanden kregen een nummer, Quintilis (5-juli), Sextilis (6), Septembris (7) Octobris (8) Novembris (9) en Decembris (10). Sommige maanden hadden 30 dagen, anderen 31 dagen. Omdat ze er achter kwamen dat ze hierdoor zo’n 51 dagen te kort hadden, besloot koning Numa Pompilius dat er 2 wintermaanden bij moesten komen (ianuarius en februarius). 41 Julius Ceasar was degene die de Egyptische kalender meebracht van zijn ontdekkingstochten. Dit loste de laatste problemen van het aantal dagen op. Als dank hiervoor veranderde men de maand Quintilis in Julius

Dagen van de week

De zevendaagse week is rond 2350 voor Christus door Koning Sargon ingevoerd na de verovering van Sumerië, het huidige Irak. De Sumeriërs hadden geen weken van 10 dagen zoals destijds in China en Egypte, maar kozen voor 7 dagen omdat ze 7 goddelijke planeten aan de hemel konden zien. Het Christendom, waarbij Abram na de zondvloed uit Sumerië westwaarts trekt, baseert de 7-daagse week op de schepping, waarin God in 6 dagen de Aarde schiep en rustte op de zevende dag. De Romeinse planeetgoden zijn nu nog in dagen te herkennen. Sol (zon), Luna (maan), Mars, Mercurius, Jupiter, Venus en Saturnus. Ondanks dat de Germanen de dagtelling van de Romeinen overnamen, veranderden ze een aantal dagnamen naar die van hun eigen goden Tiw, Wodan, Thor en Freya.

(Advertentie)

Lesdoel: Ik kan meer over historische zaken te weten komen, door informatie uit verschillende bronnen te selecteren en te combineren.

 

 Welke vroegere culturen kan jij bedenken waarin mythen een belangrijke rol speelden?

Doe onderzoek naar een bepaald cultureel verhaal. Kies hiervoor één van de volgende mythes:

→ Egyptische mythologie: Ra

→ Griekse mythologie: Poseidon

→ Ierse mythologie: Bean Sídhe

→ Japanse mythologie: Izanagi en Izanami

→ Maya mythologie: Huracán

->Mesopotaanse mythologie: Marduk

→ Romeinse mythologie : Cupido

→ Schotse mythologie: Cailleac

 

Gebruik voor deze taak het werkblad om je informatie te vinden en goed te kunnen verwerken.

Presenteer jullie bevindingen aan de rest van de klas. Laat in de presentatie een duidelijk beeld van de bestudeerde cultuur zien, ga in op de verhalen uit die tijd en wat jullie daarvan vinden.

 

Lesdoel: Ik kan meer over historische zaken te weten komen, door informatie uit verschillende bronnen te selecteren en te combineren.

 

Ook in Nederland zijn er verhalen die bij bepaalde plaatsen horen. Vaak had de ligging een belangrijke invloed op het verhaal. Soms zie je van de hoofpersonen nog een standbeeld terug. Onderzoek welke onderdelen van een Nederlandse legende op feiten en op fictie berusten. Is er een wijze les uit het verhaal te halen? 

 

Wat is een feit en wat is fictie??

Jullie gaan eerst onderzoek doen naar de feiten en fictie in een Nederlandse legende.

Daara kun je dan je onderzoek vergelijken en bekijken welke bronnen de beste informatie over de feiten en fictie geven. 

Kunnen ze een verband leggen tussen het verhaal en de tijd waarin het is geschreven?

Is er een belangrijke historische gebeurtenis die het verhaal als gevolg had?

Kan het verhaal op verschillende manieren worden opgevat?

 

Probeer om zoveel mogelijk te weten te komen over de plaats, hoofpersonen en legenden.

Mogelijke te onderzoeken verhalen:

→ Vrouwtje van Stavoren

→ Ellert en Bramert

→ Witte wieven van Lochem

→ De Bokkenrijders

→ De bloedsteen van Kernhem

→ Mariken van Nieumeghen

→ De Amersfoortse kei

→ De held van Haarlem

→ Kabouterkoning Kyrië

→ Vliegende Hollander

→ Zeemeermin van Westenschouwen

 

 Nu is het jouw beurt om een legende te schrijven. Je neemt een paar geschiedenisfeiten, bedenkt er sappige fictie bij en laat het in een bepaald tijdvak (Romeinen) afspelen. De Romeinen hadden als noordelijke grens van hun rijk de rivier de Rijn. Kies één van de door de juf of meester genoemde gemeentes in Nederland en maak je eigen legende over deze voormalig Romeinse nederzetting.

 

Gebruik hierbij het "Hamburgermodel" om je verhaal te kunnen schrijven.

Taak 3: Mythologische goden van de maanden en de dagen.

Je gaat onderzoek doen naar de mythologische goden van de maanden en dagen.

 

Waarom heeft een jaar 12 maanden?

Wie heeft dat bedacht en waarom zijn ze zo genoemd?

Waarom zitten er geen 10 dagen in een week en hoe komt het dat in de ene cultuur de dagen planeetgoden zijn en in de andere cultuur Germaanse goden

 

 Soms lijken mythische goden iets van vroeger, maar stiekem gebruiken we hun namen elke dag. Je gaat onderzoek doen naar de verhalen achter de namen van maanden en dagen.

Je gaat dus onderzoek doen naar de verschillende goden waar deze naar vernoemd zijn.

→ Romulus               → Martius           

→ Aprilis                   → Maius                   

→ Iunius                   → Sol

→ Luna                    → Mars               

→ Mercurius              → Jupiter               

 → Venus               → Saturnus

→ Tiw                      → Wodan             

→ Thor                      → Freya

 

gebruik het werkblad om je informatie op te schrijven zodat je de volgende opdracht goed kunt maken.

 

Leg met een stripverhaal uit wie jullie onderzochte god is.

Wat maakt deze god bijzonder?

Welke kenmerken, krachten en bijzondere weetjes maken deze god zo bijzonder?

Laat zien welke maand, dag, planeten of andere dingen hiernaar vernoemd zijn.

 

 

(Advertentie)
Taak 4: De legende van de Chinese dierenriem

Een sterrenbeeld is een verzameling sterren die samen een figuur vormen als je de lijnen zou verbinden. De sterrenbeelden kregen de naam doordat mensen er in hun fantasie iets inzagen. Naast de Kleine en Grote beer zijn de bekendste sterrenbeelden die van de dierenriem. Astrologen bestuderen de stand van de sterren en kunnen zo de horoscoop lezen. In de westerse astrologie bepaalt je geboortedatum welk sterrenbeeld je hebt. Ook in het oosten (China) wordt er een dierenriem gebruikt in de astrologie. De oorsprong van deze dierenriem ligt in een mythologische verhaal (zodiac). Hierbij wordt niet gekeken naar je geboortedatum maar naar je geboortejaar. 

 

 

De Chinese dierenriem heeft een cyclus van 12 jaar. Maak een tijdlijn van de twaalf dieren beginnend bij de rat en eindigend bij het varken. Zet onder de afbeelding een aantal positieve eigenschappen en geef met symbolen of kleurtjes aan welke dieren er volgens de mythe goed met elkaar kunnen opschieten.

(Advertentie)
(Advertentie)
Taak 5: Verhalen vertellen door de eeuwen heen

Lang, lang, lang geleden, toen er nog geen internet, geen film, geen boeken en zelfs geen pen of papier was uitgevonden, werd belangrijke informatie in verhalen verteld. Heel soms worden er nog grottekeningen gevonden die de bron aan informatie uit de prehistorie blijkt te zijn.

 

Doe onderzoek naar het vertellen van verhalen, startend bij de grottekeningen tot in de toekomst. 

Gebruik hiervoor het werkblad.

Het vertellen van verhalen is veranderd door de eeuwen heen.

Welke uitvindingen hebben invloed gehad op het vertellen van verhalen?

 

Maak je tijdlijn op een lange strook. Hang de uitvindingen bij je tijdlijn. Om in de toekomst verhalen op een andere 4d-interactieve-multi-perspectieve, virtuele manier te kunnen vertellen, is vast een nieuwe uitvinding nodig. Bedenk jouw unieke uitvinding voor het vertellen van verhalen over 100 jaar

 

 

Mythes en legenden werden niet alleen verteld, door afbeeldingen op gebruiks voorwerpen, muren en zelfs op lichaam en/of kleding te schilderen, kwamen ze echt tot leven. We gaan een aantal kunstvormen onderzoeken en bekijken wat ze bijzonder maakt en hoe ze verbonden zijn.

 

Enkele goede voorbeelden waar je naar kunt kijken zijn kunst van de Aboriginals, Keltische kunst, Japanse Yamauba, Maya-mythologie, Griekse sculpturen en aardewerk, etc.

 Stel jezelf eens de volgende vragen bij de kunstwerken die je bekijkt.

Wat drukt het uit? 

Waarom koos de kunstenaar ervoor om het op deze manier uit te beelden?

 

Kies daarna één kunststijl uit die je leuk vindt en verdiep je daarin. Bestudeer de materialen en technieken die gebruikt zijn. Waarom zou hiervoor gekozen zijn om die myhte of legende uit te beelden. 

 

Bekijk die verschillende mythologische kunstvormen. Kies een van de verhalen die je onderzocht hebt en maak er een passende afbeelding bij / kunstwerk bij.

Toen we in Noordwest-Europa nog in kleine nederzettingen leefden bouwden de Egyptenaren al Pyramides die schitterend versierd werden met hiërogliefen.

 

Onderzoek een Egyptisch personage en beantwoord de volgende vragen:

Wie/wat is op de afbeelding te zien?

Waarom werden de schilderingen op muren aangebracht?

Waarom werden er bepaalde kleuren werden gebruikt?

Waarom zijn de goden hoger gepositioneerd dan stervelingen?

Is er te achterhalen wie de afbeeldingen heeft gemaakt?

Waarom zijn alle voorstellingen van dezelfde figuur gelijk in heel Egypte?

Wat zijn de eisen denk je die aan de afbeeldingen werden gesteld?

 

 Personages die onderzocht kunnen worden:

→ Ra → Sjoe → Tefnut → Geb → Nut

→ Osiris → Isis → Seth → Horus

→ Nebthet → Anubis → Hathor

 

 Nu mag jij als Egyptisch kunstenaar aan de slag! Maak je eigen verhaal in hiërogliefen. Zorg dat je volgens de regels werkt, zodat iedereen in het Oude Egypte jouw verhaal kan lezen.

(Advertentie)