Mythen
Het woord ‘mythe’ komt van het Griekse woord ‘mythos’, dat verhaal, fabel of woord betekent. Mythen behandelen thema’s als schepping, dood, een leven na het aardse leven en de kosmos. Ze bieden verklaringen voor belangrijke en complexe vraagstukken. In deze verhalen figureren vaak denkbeeldige figuren, goden en bovennatuurlijke wezens.
Legenden
Het woord ‘legende’ komt van het Latijnse ‘legere’ – lezen. Het verschil met een mythe is dat in een legende echt bestaande personen, locaties en gebeurtenissen voorkomen. De verhalen zijn echter aangedikt of er zijn stukken aan toegevoegd; daardoor is het moeilijk uit te maken welke delen van het verhaal feitelijk zijn en welke fictief.
Verhalen uit verschillende culturen behandelen vaak gelijksoortige thema’s (verlies, verraad, verlossing, liefde). De personages ondergaan overeenkomstige beproevingen en rampspoed, waarbij de gebeurtenissen elkaar vaak opvolgen op een reis – zowel fysiek als emotioneel.
Sommige mythen maken nog altijd deel uit van levende godsdiensten, zoals het shintoïsme en het hindoeïsme. Andere mythen behoorden tot oude en niet meer bestaande culturen, zoals die van het Oude Egypte, Griekenland en Rome.
Bijna alle culturen en beschavingen in het verleden kenden wel een mythologie in de een of andere vorm. Deze werd gewoonlijk van generatie op generatie overgedragen door verhalenvertellers.
Kalender en maanden
De eerste Egyptische kalender (ruim 4000 v Chr.) gebruikt net zoals onze Gregoriaanse kalender de rotatie om de zon om een jaar aan te geven (365¼ dag per jaar). Het voordeel van deze telling is dat de seizoenen hierdoor ieder jaar op gelijke datum vallen. Dankzij het romeinse rijk volgen wij in Europa de Romeinse maanden. Deze kalender met 10 maanden per jaar, is volgens de legende ontwikkeld door de mythische koning van Rome “Romulus”.
De eerste maanden werden vernoemd naar een god; Martius (maart), een oorlogsgod, Aprilis (april), onbekende god, Maius (mei), plaatselijke godin, en Iunius (juni), godin. De resterende maanden kregen een nummer, Quintilis (5-juli), Sextilis (6), Septembris (7) Octobris (8) Novembris (9) en Decembris (10). Sommige maanden hadden 30 dagen, anderen 31 dagen. Omdat ze er achter kwamen dat ze hierdoor zo’n 51 dagen te kort hadden, besloot koning Numa Pompilius dat er 2 wintermaanden bij moesten komen (ianuarius en februarius). 41 Julius Ceasar was degene die de Egyptische kalender meebracht van zijn ontdekkingstochten. Dit loste de laatste problemen van het aantal dagen op. Als dank hiervoor veranderde men de maand Quintilis in Julius
Dagen van de week
De zevendaagse week is rond 2350 voor Christus door Koning Sargon ingevoerd na de verovering van Sumerië, het huidige Irak. De Sumeriërs hadden geen weken van 10 dagen zoals destijds in China en Egypte, maar kozen voor 7 dagen omdat ze 7 goddelijke planeten aan de hemel konden zien. Het Christendom, waarbij Abram na de zondvloed uit Sumerië westwaarts trekt, baseert de 7-daagse week op de schepping, waarin God in 6 dagen de Aarde schiep en rustte op de zevende dag. De Romeinse planeetgoden zijn nu nog in dagen te herkennen. Sol (zon), Luna (maan), Mars, Mercurius, Jupiter, Venus en Saturnus. Ondanks dat de Germanen de dagtelling van de Romeinen overnamen, veranderden ze een aantal dagnamen naar die van hun eigen goden Tiw, Wodan, Thor en Freya.